Businesscase
"Kennis is de motor van de Kop van Noord-Holland"
Corina PrentTNO Den Helder is een van de 30 landelijke kenniscentra van TNO voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek. TNO is, samen met NHN en andere partners, een van de founding fathers van het kenniscluster Maritime Campus Netherlands (MCN). Corina Prent, sinds 1 jaar interim manager bij TNO Den Helder, is trots op de groei die ze doormaken.
‘TNO is 60 jaar geleden opgericht als brug tussen universiteiten en bedrijfsleven om wetenschappelijke kennis toe te passen in de praktijk. Dit was en is heel belangrijk om het innovatievermogen en concurrentiekracht van ‘de BV Nederland’ te versterken. De grootste kracht van TNO is dat we volstrekt onafhankelijk zijn.’
Maritiem onderzoek
‘Het onderzoek van TNO is heel divers. In onze locatie in Eindhoven ligt de nadruk bijvoorbeeld op elektronica en in Helmond richten we ons op automotive onderzoek, zoals de botstesten. Hier in Den Helder focussen we op maritiem onderzoek. Dat is ook logisch, want voor maritiem onderzoek heb je vers zeewater nodig en dat is hier volop aanwezig. Daarnaast is er in Den Helder natuurlijk van oudsher de relatie met de marine.’
‘Wij doen onderzoek naar de omstandigheden in zee en de invloed van zeewater op materialen. Als je bijvoorbeeld gaat boren op 4.000 meter diepte, wat gebeurt er dan met je materiaal? Gaat het vervormen? Treedt er corrosie op en zo ja wat voor corrosie? Het zeewater dat we voor ons onderzoek nodig hebben, komt hier uit de haven. Er wordt wel 50 ton zeewater per uur rondgepompt. Een van de grootste problemen voor gecoate materialen is microbacteriële corrosie. Aangroei op een schip door corrosie zorgt voor meer weerstand. Dit kan op jaarbasis een miljoen euro aan extra brandstof per schip betekenen.’
Betekenis kennis voor de regio
‘Met kennis proberen TNO en andere partners van MCN de motor te zijn voor de Kop van Noord-Holland. MCN heeft Europese subsidie binnengehaald dat ingezet wordt om de bedrijvigheid in de Kop van Noord-Holland en de andere noordelijke provincies te bevorderen. Met onze kennis door het materialenonderzoek dragen we bij aan dit Europese project. Kennis is ook relevant voor de werkgelegenheid : elke kenniswerker brengt vier ondersteunende mensen met zich mee. Op deze afdeling lopen nu 18 mensen rond, waaronder ook onderzoekers uit het buitenland. Volgend jaar wordt ons team met nog minimaal 5 mensen aangevuld met als uiteindelijk streven een team van 35 à 40 kenniswerkers.’
